Door een technische storing tonen sommige pagina's niet alle inhoud. Er wordt gewerkt aan een oplossing. Onze excuses voor het ongemak.

IND 25 jaar Klaas Dijkhoff: 'Valse hoop bieden is het ergste dat je kunt doen'

​Op 20 maart 2015 werd Klaas Dijkhoff beëdigd tot staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in het kabinet-Rutte II. Dijkhoff werd direct geconfronteerd met een grote instroom van asielzoekers, die vooral uit het door oorlog getroffen Syrië kwamen.  

U werd staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, met wat wel de hoofdpijnportefeuille – asiel en migratie – wordt genoemd. Heeft u in die tijd weleens hoofdpijn gehad?
'Zeker. Op het moment dat ik onder druk sta, gebeurt dat meestal niet. Maar als iets is opgelost en de druk valt weg, heb ik weleens een migraineaanval en moet ik gas terugnemen. Dat heb ik zeker ook in deze baan gehad.'

Kunt u mij momenten noemen waar dit in het bijzonder speelde?
'Er zijn enkele in het oog springende dingen. We hadden een asielcrisis, waarin van alles gebeurde en alle organisaties, ook de IND, op onorthodoxe wijze hun werk moesten doen. Het COA moest op grote schaal opvang regelen. Er reden voortdurend bussen door het land met vluchtelingen, die maar bleven rijden omdat we vaak nog niet wisten waar ze die dag zouden kunnen slapen. En als je dan ziet dat in Ter Apel op de bureaustoelen van IND-medewerkers, die in die tijd dubbele diensten moesten draaien, kinderen te slapen worden gelegd, dan zijn dat zware tijden.  Ja, daar heb je dan wel hoofdpijn van.'

Volgens een van uw voorgangers, Job Cohen, vraagt de vreemdelingenportefeuille om een koel hoofd en een warm hart…
´Je moet sowieso je hoofd koel houden.' Lachend: ´Een warm hart - onder een bepaalde temperatuur klopt dat natuurlijk niet meer. Dus een warm hart zeker, maar je kunt er niet continu over strijken. Je moet accepteren dat je er bent om recht te brengen, maar ook om compassie te tonen. Ook compassie met mensen die uiteindelijk weer weg moeten.'

Hoe ziet compassie met mensen die weg moeten eruit?
´Het gaat om hoe je met deze mensen omgaat. Hoe je hen vertelt dat hun plek niet in Nederland is. Maar het gaat ook om het geven van duidelijkheid. Niet mensen naar de mond praten, want dan geef je ze valse hoop. Valse hoop bieden vind ik eigenlijk het ergste dat je in deze situatie kan doen. Maar voor degene die dat doet, kan het prettiger voelen dan dat je de harde boodschap brengt.´

U bent in enkele bijzondere gevallen, bijvoorbeeld kinderen die weg moesten en waar de media bovenop zaten, geconfronteerd met wat ik maar de tegenstem noem. Wat deed dat met u?
´Ik probeer me wel te verplaatsen in waarom mensen iets vinden en niet alleen te zeggen ´je hebt ongelijk´. Het grappige is dat je op deze portefeuille van alle kanten tegenstemmen hebt. Aan de ene kant ben je harteloos, omdat je mensen afwijst; en aan de andere kant ben je in het meest extreme geval een landverrader omdat je mensen opvangt. Met die radicale elementen kan ik niet zoveel. Maar dat mensen schrikken als ze horen dat in het leegstaande kantoorpand om de hoek ineens 300 wildvreemden komen wonen, dat begrijp ik heel goed.´

Ik bedoelde eigenlijk  of een specifieke zaak u raakt, zoals in het geval van het jongetje Nemr die eerst weg moest en later toch mocht blijven.
´Ik ging met deze jongen in gesprek, maar eigenlijk kon ik dat moeilijk met hem doen. Want als deze jongen dingen zegt die niet kloppen, moet je het gesprek met de ouders voeren. Ik gun ieder kind het beste, maar ik weet ook dat niet ieder kind in Nederland kan opgroeien. En dan is de vraag: wat is een rechtvaardig onderscheid, waarom de een wel en de ander niet? Dat vindt zijn houvast in een vluchtverhaal en in de achtergrond, niet in hoelang je hier al bent. Je ziet in de politiek wel dat regels worden gesteld zonder dat men er een gezicht bij ziet. Men vindt bijvoorbeeld dat mensen die hier niet thuishoren weg moeten. Als een zaak echter een gezicht krijgt, zie je vaak dat diezelfde mensen er individueel anders over denken. Dan vind ik toch dat de staatssecretaris, die als vertegenwoordiger van het kabinet optreedt, degene is die zich hier het minst aan gelegen mag laten liggen.´

Op een gegeven moment kwam de Telegraaf met een artikel waarin stond dat u opvallend mild was in het verlenen van verblijfsvergunningen in schrijnende zaken. Gedoeld werd op gebruikmaking van de discretionaire bevoegdheid, die u vaker dan uw voorgangers  zou aanwenden. Wat vond u van deze berichtgeving?
´Daar kan ik helemaal niets mee. Dan krijg je een soort scoretabel met percentages. Als je 100 zaken voorgelegd krijg die niet discretionair-waardig zijn, moet je nul procent toekennen. Andersom kun je in het geval van 100 discretionair-waardige zaken niet zeggen: ´ik doe er 60, laat die andere 40 maar zitten'. Het blijft een individuele beoordeling.
Ik kan wel beredeneren waarom ik zoveel schrijnende zaken voorgelegd kreeg. Veel zaken gingen over mensen uit eerdere pardonregelingen, die  tussen wal en schip waren geraakt. En vanwege de afschaffing van het ouderenbeleid. Schrijnende zaken van ouderen die eerder onder het beleid werden afgedaan, moesten ineens individueel worden beoordeeld.'

Wat was voor u als staatssecretaris de grootste uitdaging?
´Het was een complex van zaken. Het ging natuurlijk om opvang van asielzoekers. Maar ook om medische screening, screening op veiligheid, voldoende capaciteit bij de IND, de opleiding van nieuwe mensen bij de IND zodat die snel aan de slag konden. Het was fascinerend om daarmee bezig te zijn. Mouwen opstropen, aan de slag, onorthodox – die mentaliteit krijg je dan ook. Daarna kwamen weer andere vraagstukken.´

Alles overziend, bent u tevreden over hoe Nederland de asielcrisis heeft aangepakt?
´Jazeker. Dat kon het kabinet niet alleen, dat lukte alleen met de inzet van alle diensten die met alle hens aan dek aan de slag gingen. Die meedachten en met creatieve oplossingen kwamen. Bij ons heeft niemand in een park hoeven slapen, en dat vind ik logistiek een bijzondere prestatie. Tegelijkertijd denk ik ook dat we het draagvlak juist hebben kunnen behouden, omdat we niet bereid waren te wachten totdat de stroom van mensen een keer stopte. Maar dat we ook in Europees verband maatregelen hebben bepleit om de komst van nieuwe mensen te beperken. Ik ben trots dat we zowel het een als het ander hebben kunnen doen.´