De 14-1-brief: hoe één opmerking een stroom van aanvragen veroorzaakte

Dit jaar bestaat de IND 25 jaar. Gedurende het hele jaar besteden we op verschillende manieren aandacht aan dit 25-jarig jubileum. Op INDaily gebeurt dat door geregeld te berichten over gebeurtenissen die in de afgelopen 25 jaar invloed hebben gehad op onze organisatie.  

​Collega's die al wat langer bij de IND werken, weten waar het om gaat als we de term '14-1-brief' noemen. De brief, in 2003 onbedoeld geïnitieerd door toenmalig minister van Vreemdelingenzaken Hilbrand Nawijn, leidde tot een een enorme stroom van aanvragen. Het was één van de momenten waarop de organisatie zijn flexibiliteit moest tonen en alle zeilen bij moest zetten. Vandaag, precies zestien jaar later, blikken we terug op die periode.

Op 14 januari 2003 deed minister van Vreemdelingenzaken Hilbrand Nawijn, op dat moment demissionair na de val van het kabinet-Balkenende I, tijdens een manifestatie van VluchtelingenWerk Nederland de toezegging gebruik te zullen maken van zijn ministeriële discretionaire bevoegdheid om "in zeer bijzondere gevallen" alsnog een verblijfsvergunning te verlenen aan personen aan wie eerder geen verblijfsvergunning was toegekend.

Minister Nawijn dacht op die manier iets te kunnen doen aan de slepende kwestie van ongeveer 10.000 uitgeprocedeerde asielzoekers, die door de strengere regels van de nieuwe Vreemdelingenwet 2000 op straat dreigden te worden gezet.

Deze toezegging bracht een enorme stroom schriftelijke verzoeken om een verblijfsvergunning op gang. De IND moest alle zeilen bijzetten om deze zogenoemde 14-1-brieven te behandelen: 'Direct na Nawijns uitspraak dacht men in het land dat het wel mee zou vallen, maar bij de IND zagen we gelijk dat dit voor ons veel werk zou opleveren', blikt Cees Zoeter, manager bij de IND in Zwolle terug. 'Tegelijkertijd moesten we er natuurlijk wel mee aan de slag. Alles waar we bang voor waren is uitgekomen: de aanvragen stroomden binnen en we zijn er jaren mee bezig geweest. De 14-1-brief laat zien hoe een politieke uitspraak ons dagelijks werk kan beïnvloeden.'

Procedurele en praktische problemen in de uitvoering leidden er uiteindelijk toe dat minister Verdonk deze praktijk op 18 maart 2005 beëindigde. Nawijn en zijn opvolgster Rita Verdonk ontvingen in totaal ruim 19.000 14-1-brieven.

Delen