Kinderpardon

​Regeling langdurig verblijvende kinderen (Kinderpardon)

Na de verkiezingen in 2012 stemde een meerderheid in de Tweede Kamer voor een Kinderpardon,  bedoeld voor kinderen van asielzoekers en alleenstaande minderjarigen die geen verblijfsvergunning hebben, maar die wel langer dan 5 jaar in Nederland wonen. Er kwam een zogenaamde 'overgangsregeling', die op 1 februari 2013 in werking trad en op 1 mei 2013 afliep.

Definitieve regeling

Ook na 1 mei 2013 is er beleid gekomen voor kinderen die langdurig in Nederland verblijven, de zogenaamde 'definitieve regeling'. De voorwaarden daarvoor zijn anders dan die golden voor de overgangsregeling. Lees hier de voorwaarden voor de definitieve regeling. Ook gezinsleden van het kind dat een beroep doet op de regeling - denk aan ouders, broers en zussen - kunnen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Zij moeten hun aanvraag dan wel gelijktijdig met die van de hoofdpersoon indienen.

Aantallen aanvragen (tot 30 april 2016)

In de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 25 mei 2016 aan de Tweede Kamer maakt hij melding van de aantallen ingediende aanvragen in het kader van beide genoemde regelingen.

 

Aantal aanvragen in het kader van de overgangsregeling en definitieve Regeling. Peildatum is  30 april 2016, afgerond op tientallen.

* In zijn brief van 21 juni 2016 aan de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris gemeld, dat tot 1 juni 2016 120 aanvragen zijn ingewilligd op grond van de definitieve Regeling. Dit betreft 40 zogeheten hoofdpersonen en 90 gezinsleden. Van deze 120 inwilligingen waren 70 inwilligingen voor minderjarigen.

Redenen waarom een aanvraag wordt afgewezen

In de praktijk zijn meest gehanteerde redenen om aanvragen af te wijzen het feit dat er niet is meegewerkt aan de vertrekplicht na een eerdere afwijzing, er door of voor hemzelf geen asiel is aangevraagd (tenminste vijf jaar voor de 18e verjaardag), of dat hij niet aannemelijk kan maken wie hij is.

Wat gebeurt er met de afgewezen aanvragen?

Als de aanvraag van een vreemdeling wordt afgewezen, ontvangt hij een beschikking waarin onder meer staat dat hij het land moet verlaten. Tegen de beschikking kan hij in bezwaar en vervolgens in beroep gaan. Wanneer de vreemdeling aangeeft aan zijn vertrekplicht te willen voldoen, kan hij daarbij worden geholpen door de Dienst Terugkeer en Vertrek.

Hoeveel personen zijn vertrokken?

Sinds de startdatum van de regeling (1 februari 2013) tot 1 april 2016 zijn 80 personen die zonder succes een beroep op de Regeling langdurig verblijvende kinderen hebben gedaan aantoonbaar uit Nederland vertrokken. Ongeveer 320 personen zijn zelfstandig vertrokken zonder toezicht.

Discretionaire bevoegdheid

In de praktijk gebeurt het geregeld dat kinderen van wie de aanvraag is afgewezen, alsnog proberen om in Nederland te blijven en daartoe aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vragen om gebruik te maken van zijn zogenaamde 'discretionaire bevoegdheid'. Deze bevoegdheid biedt de staatssecretaris de mogelijkheid om in zeer individuele zaken in verband met schrijnende omstandigheden een verblijfsvergunning te verlenen. Hij doet dit in afwijking van het beleid – immers, toepassing van het beleid kon niet leiden tot verlening van een verblijfsvergunning. Dit soort beschikking wordt in de praktijk ook wel 'beschikking conform Minister' genoemd.

Delen