IND 25 jaar: Interview Hilbrand Nawijn

​Hilbrand Nawijn was hoofddirecteur IND van 1994 tot 1996: 'De IND is uiteindelijk een kindje van mij'.

Hilbrand Nawijn (70) werkte van 1973 tot 1996 bij het Ministerie van Justitie. Hij was daar onder meer directeur van de Directie Vreemdelingenzaken (DVZ) en betrokken bij de omvorming van zijn directie in 1994 tot de Immigratie- en Naturalisatiedienst. In het kabinet-Balkenende I was Nawijn namens de Lijst Pim Fortuyn (LPF) minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de IND, blikt hij op deze periode terug.

U was persoonlijk nauw betrokken bij de totstandkoming van de IND in 1994. Hoe ging dat in zijn werk?

'Dat was een ongelofelijke operatie die veel druk gaf. Eigenlijk waren het drie operaties tegelijk. Allereerst de omvorming van de DVZ tot een agentschap, de IND. Ten tweede een reorganisatie, want we gingen landelijk werken en dus kwamen er vier regiokantoren en twee aanmeldcentra: één in Zevenaar en één in Rijsbergen. Ten derde was er de uitbreiding van personeel. Ik kreeg er in één keer 400 mensen bij. Terwijl bij mijn directie tot dan toe slechts 113 mensen werkten.'

Dienstcommissie DVZ biedt Nawij advies aan over reorganisatieDienstcommissie DVZ biedt Nawijn advies aan over reorganisatie  
V.l.n.r. dhr. Nawijn, dhr. Oosterhout, mw. Veltink, dhr. Overbeek, dhr. De Vries, dhr. Van der Veen, dhr. Zeeuwen, dhr. Heida

Hoe kijkt u terug op die beginperiode?

'Het omvormen van DVZ tot IND was natuurlijk een grote uitdaging. De gedachte erachter was om beleid en uitvoering nadrukkelijk van elkaar te scheiden.  Ik kreeg pas acht maanden eerder van mijn baas te horen dat de omvorming per 1 januari gerealiseerd moest zijn. Als vorm werd gekozen voor een agentschap. Het was een grote klus, alles moest immers worden ingeregeld. Van bedrijfsvoering en uitvoering van beleid tot automatisering en communicatie. Het was een heel bijzondere tijd, waarbij er ongelofelijk hard gewerkt werd. Mijn mensen werkten keihard en waren er niet vies van om ook 's avonds en in de weekenden door te werken. Wat mijzelf betreft, mijn hobby was mijn werk. Het vreemdelingenbeleid boeide me enorm en dat gold ook voor de mensen die daar werkten.'

Wat was uw grootste uitdaging?

'Dat was dat ik als manager een nieuwe organisatie moest gaan leiden, maar ook dat mijn organisatie moest omgaan met grote politieke gevoeligheid. De uitdaging was om te proberen dat op elkaar af te stemmen. Als hoofddirecteur onderhield ik rechtstreeks contact met de staatssecretaris van Justitie over de uitvoering van het beleid en zaken die speelden, dat maakte het heel boeiend.'

Hoe verliep uw samenwerking met de staatssecretaris?

'In mijn periode bij DVZ en IND heb ik er met vijf te maken gehad, namelijk Haars, Scheltema, Korte van Hemel, Kosto en Schmitz. Met allen kon ik goed door een deur. Als er iets in de media speelde, besprak ik dat. Met staatssecretaris Haars bijvoorbeeld de komst van Syrisch-Orthodoxe christenen uit Turkije, de zogenoemde christen-Turken, naar Nederland. Zij hadden in eigen land problemen en verbleven hier  voornamelijk in Twente. En er waren demonstraties.

Of ik ging samen met de bewindspersoon, maar ook zelf, het land in om op bijeenkomsten het beleid uit te leggen. We spraken dan met maatschappelijke organisaties. En hoewel we het niet eens waren met elkaar, werd het enorm gewaardeerd dat wij niet achter ons bureau bleven zitten, maar naar hen toe kwamen.'

Het jaar waarin de IND startte kende een grote instroom van asielzoekers (52.575 asielzoekers in 1994), die vooral vanwege de oorlogen in voormalig Joegoslavië en Afghanistan naar Nederland kwamen. Medewerkers werden overspoeld met stapels dossiers...

'Absoluut. In 1994 voerde je eigenlijk crisismanagement uit, je moest aan alle hendels zitten. We kregen er gelukkig 400 mensen bij en  hebben toen een aantal projecten ingericht. In het geval van de Joegoslaven zijn we een project gestart dat we in Dordrecht hebben laten uitvoeren. Medewerkers daar deden niets anders dan Joegoslavische dossiers bekijken en beoordelen. Omdat we wisten dat deze mensen uiteindelijk toch niet terug naar huis konden keren,  besloten we niet op vluchtelingschap te toetsen maar ze alvast een voorlopige verblijfsvergunning te geven (de voorwaardelijke vergunning tot verblijf of vvtv/red.). We trokken alleen antecedenten na, en ze moesten natuurlijk wel uit een oorlogsgebied komen.'

Door de jaren heen heeft de IND veel expertise ontwikkeld, bijvoorbeeld op het gebied van documentonderzoek en kennis van Land en Taal. Ik stel me zo voor dat ontwikkeling van die kennis bij de start van de IND nog in de kinderschoenen stond.

'Zeker. Een van de projecten die we opzetten, was het project Landendocumentatie. Daarin verzamelden we kennis van specifieke landen die we geautomatiseerd vastlegden. Dat project heeft veel kennis opgeleverd waarmee we het asielrelaas konden checken.'

Was volgens u de tijdgeest halverwege de jaren'90 een andere dan de huidige?

 'Dat vind ik niet. Veel dingen zijn precies hetzelfde. Hoewel er toen ook aandacht vanuit de media voor het migratiebeleid was, is het aantal media sindsdien toegenomen en raken zaken sneller in de publiciteit.'

Waren er bij het uitvoeren van uw functie momenten die u als zeer lastig hebt ervaren?

'Dat was in 1992, dus toen ik directeur DVZ was. We waren toen een proef begonnen om vreemdelingen die zich verzetten tegen hun uitzetting een masker op te doen. Het personeel dat betrokken was bij uitzetting was bang om gebeten te worden en op die manier bijvoorbeeld een hiv-besmetting op te lopen. Dat ging mis, omdat een Roemeense asielzoeker door ademnood hersenletsel opliep. Dat is in eerste instantie niet gemeld, naderhand is de staatssecretaris hierover ingelicht. Een heel ernstige en verdrietige zaak. We hebben de proef toen direct stopgezet.'

Wat was een bijzonder moment?

'Tijdens de oorlog in Joegoslavië gingen we met een delegatie naar Zagreb. De Tweede Kamer had besloten 5000 mensen naar Nederland te halen, een politieke beslissing waar ik  niet erg voor was. Dagelijks reden we in UNHCR-busjes naar ons werk. Terwijl we onderweg waren, ontplofte er een keer op 150 meter afstand van ons een enorme bom. Dat was een bijzonder angstig moment.  Die week heb ik verschrikkelijke dingen gezien. In de gangen van het ziekenhuis dat we bezochten, lagen vrouwen op de grond die door Serviërs verkracht waren en daarvan in verwachting waren geraakt. Dat was heel ingrijpend.'

U heeft de komst van nieuw beleid meegemaakt, dat door regering en Tweede Kamer werd geïnitieerd. De IND had dat beleid maar uit te voeren. Heeft u daar weleens moeite mee gehad?

'Eerlijk gezegd heb ik nooit iets hoeven doen waar ik het volstrekt niet mee eens was. Meestal gingen zaken in goed overleg met mijn politieke baas.'

Met al uw ervaring bij de IND werd u later minister van Vreemdelingenzaken en Integratie. Kwam uw IND-ervaring u toen van pas?

'Bij het doorlezen van de dikke dossiers die ik van de IND op mijn bureau kreeg, heeft mijn ervaring mij prima geholpen. Ik was gewend om dossiers op een bepaalde wijze door te lezen. Dat scheelde mij veel tijd. Een voorbeeld waarin mijn ervaring mij goed van pas kwam, was bij de afschaffing van de zogenoemde 'Roosendaal-procedure', die gehanteerd werd bij afgewezen asielzoekers die geen documenten hadden. In die tijd zette de IND hen op de trein met een kaartje richting België/Frankrijk, waarna ze vervolgens weer illegaal terugkeerden. Ik heb als minister deze werkwijze afgeschaft. De wetenschap dat deze procedure bestond, heeft mij toen goed geholpen in de discussie met IND-ambtenaren.'


Hield u als minister rekening met adviezen van de IND over de  uitvoering van het vreemdelingenbeleid?

'Uiteraard deed ik dat. IND-ambtenaren wezen mij bijvoorbeeld vaak op de risico's van precedentwerking bij inwilliging van een individueel verzoek. Daar hield ik dan rekening mee.'

Hoe kijkt u terug op uw periode bij de IND?

'Ik vond het een prachtige tijd. Het was geweldig werk en de sfeer in de organisatie was heel goed. Ik ben nog altijd actief en volg het nieuws. Kritiek op de IND vind ik lastig, want ik weet uit eigen ervaring dat IND'ers geweldig werk doen en dat hun werk heel gevoelig is. Het gaat namelijk altijd over beslissingen die van invloed zijn op het verdere leven van mensen. Dus die kritiek neem ik vaak met een korrel zout. Maar ja, de IND is uiteindelijk een kindje van mij.'

Delen