Meer en uitgebreidere asielprocedures voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen

Last update: 14 juli 2022

Het aantal asielaanvragen van kinderen die zonder hun ouders in Nederland komen, neemt toe. Bijna 10 procent van het totaal aantal asielaanvragen in Nederland is afkomstig van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Daarbij wordt de behandeling van hun asielaanvragen steeds uitgebreider. Zo moet de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) meer onderzoek doen naar de situatie in het land van herkomst in verband met eventuele terugkeer na een afwijzing.

In 2021 deden 2191 alleenstaande minderjarigen een asielaanvraag in Nederland, blijkt uit de asieltrends. De helft van hen heeft de Syrische nationaliteit. Dit jaar staat de teller al op ruim 1200 aanvragen. Ook het aantal aanvragen voor nareis bij alleenstaande minderjarigen stijgt. Verhoudingsgewijs krijgt Nederland al jaren meer aanvragen van deze jonge groep dan de meeste andere landen in Europa.

Nareis meest genoemde reden

De IND heeft voor een verkennend  onderzoek naar de beweegredenen van amv’s om naar Nederland te komen, een aantal IND-medewerkers geïnterviewd. Daaruit, en uit literatuuronderzoek, komt het beeld naar voren dat nareis van ouders een van de belangrijkste redenen is om een asielaanvraag te doen voor alleenstaande minderjarigen.

Het Nederlandse nareisbeleid lijkt veel op dat van andere Europese lidstaten, maar kent twee belangrijke verschillen. In Nederland mag iedereen met een verblijfsstatus een aanvraag doen voor nareis, terwijl daar in andere landen meer voorwaarden aan verbonden zijn. Daarnaast doet in Nederland de statushouder een aanvraag voor de nareizigers, terwijl in andere landen de aanvraag door de nareiziger zelf in het land van herkomst ingediend moet worden. Daardoor bestaat bij amv’s het beeld dat zij in Nederland makkelijker een vergunning voor zichzelf en hun familie kunnen krijgen.     

Eigen keuze

Uit de interviews komt verder naar voren dat het niet altijd de eigen keuze was van de minderjarige om naar Nederland te komen. Sommigen van hen zijn hier gebracht door smokkelaars, zonder dat vooraf was afgesproken naar welk land zij gebracht zouden worden. Een groot deel van de minderjarigen lijkt echter wel bewust naar Nederland te zijn gekomen. Kinderen uit Syrië en Irak geven vaker in gehoren aan dat zij door hun ouders op pad zijn gestuurd en een directere reisroute richting Nederland hebben gebruikt. Kinderen uit Somalië en Eritrea geven vaker aan zelf de keuze te hebben gemaakt om te vertrekken. Daarbij geeft deze laatste groep ook relatief vaker in gehoren aan meer rondgedwaald te hebben door Europa tijdens hun reis.

Niet rechtstreeks uit land van herkomst

Een groeiend deel van de alleenstaande minderjarigen lijkt niet rechtstreeks uit het land van herkomst te komen, blijkt uit de interviews. Zij hebben een (langere) tijd elders gewoond, onder meer in vluchtelingenkampen in de regio van hun herkomstland of in Griekenland. Zij reizen door vanwege een gevoel van onveiligheid in de gastlanden, weinig toekomstperspectief in de gastlanden of zij volgen het voorbeeld van anderen die in Europa zijn doorgereisd.  

Behandeling van asielaanvragen van amv’s

Begin juni 2022 deed de Raad van State een uitspraak over de behandeling van asielaanvragen van alleenstaande minderjarigen die niet voor inwilliging in aanmerking komen. Daarop heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het beleid aangepast, zie deze Kamerbrief.

Daardoor moet nu direct vanaf de start van de asielprocedure door de IND begonnen worden met onderzoek naar adequate opvang in het land van herkomst. Dit aanvullende onderzoek zal in de regel extra afhandeltijd voor de procedure vergen.

Als er onvoldoende zicht op de situatie in het land van herkomst komt tijdens de procedure, dan wordt de Dienst Terugkeer & Vertrek gevraagd om verder onderzoek te doen en advies te geven over de aanwezigheid van adequate opvang. De IND moet op basis daarvan de gevolgen beoordelen voor het besluit om een minderjarige wel of geen verblijfsstatus te verlenen.

 

Daarnaast zijn er door de uitspraak meer mogelijkheden gecreëerd om in beroep te gaan, waardoor het aantal juridische procedures naar verwachting de komende jaren toeneemt.