De asielketen
In Nederland werken meerdere organisaties samen in de asielketen. De IND, het COA en DTenV vormen de kern van de betrokken overheidsorganisaties, de zogenoemde kleine keten. Zij richten zich exclusief op toelating, opvang en terugkeer. Omdat de opvang en procedure vaak tegelijk lopen, werken deze drie organisaties nauw met elkaar samen.
De organisaties in de kleine keten vallen onder het ministerie van Justitie en Veiligheid en voeren het politieke beleid uit dat wordt gemaakt door de Eerste en Tweede Kamer.
De kleine keten werkt daarnaast samen met andere belangrijke partners, zoals de Koninklijke Marechaussee (KMar), de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM), Vluchtelingenwerk, de Raad voor Rechtsbijstand en gemeenten.
De IND: beoordelen en beslissen over asiel
De IND beoordeelt asielaanvragen en beslist of iemand in Nederland mag blijven omdat diegene bescherming nodig heeft.
Een asielzoeker die in Nederland aankomt, krijgt eerst een screening. Dat hoort bij de Ontvangst en Voorbereiding Asielaanvraag (OVA)-fase van de IND. Meldt een asielzoeker zich aan de buitengrens op Schiphol, dan doet de KMar de screening. In deze stap stelt de IND onder meer de identiteit vast en vinden de eerste veiligheidschecks plaats.
Heeft iemand al bescherming in een ander land? Dan wordt de asielaanvraag, na het doorlopen van het OVA-proces, afgewezen. Dit gebeurt ook als iemand al een asielaanvraag in een ander EU-land heeft lopen. De overige aanvragers krijgen na een periode van rust en voorbereiding een ‘persoonlijk onderhoud’. In dit gesprek wordt dieper ingegaan op de reden waarom de aanvrager asiel aanvraagt en niet in het land van herkomst kan blijven.
De IND onderzoekt of het verhaal van de asielzoeker geloofwaardig is en hoe zwaarwegend de asielmotieven zijn. Ten slotte beslist de IND of de aanvrager wel of geen verblijfsvergunning krijgt. Meer lezen? Kijk dan op de website van de IND.
Wat de IND niet doet: opvang regelen, opvanglocaties aansturen of terugkeer naar het land van herkomst organiseren.
Het COA: opvang vluchtelingen en begeleiding
Het COA biedt onderdak, opvang en begeleiding aan asielzoekers in Nederland, vanaf hun aankomst tot een mogelijke toekomst in Nederland of vertrek naar het thuisland.
Tijdens de asielprocedure vangt het COA asielzoekers op in verschillende soorten opvanglocaties (asielzoekerscentra) in Nederland. Dit recht op reguliere opvang geldt echter niet voor iedereen: voor asielzoekers die al in een ander EU-land een aanvraag hebben gedaan (Dublinclaimanten), vervalt de reguliere opvang na een overdrachtsbesluit en biedt het COA versoberd onderdak in speciale Dublinonderdaklocaties. Als de IND een positief besluit heeft genomen op de asielaanvraag, biedt het COA statushouders (asielzoekers met een verblijfsvergunning) opvang tot zij een huis krijgen in een gemeente. Als de IND de asielaanvraag heeft afgewezen, biedt het COA nog een korte periode onderdak tot het vertrek naar het thuisland.
Direct na aankomst start het COA met informatievoorziening en een verplichte individuele beoordeling van kwetsbaarheid en zelfredzaamheid. Medewerkers voeren hiervoor onder andere het 'Bewoner in Beeld'-gesprek. Zij spreken met bewoners over het leven in en rond de opvanglocaties en helpen hen bij het versterken van vaardigheden die ze nodig hebben om de regie te houden over hun leven.
Meer lezen? Kijk op de website van het COA.
Wat het COA niet doet: beslissen over asielaanvragen of vertrek naar het land van herkomst organiseren.
De DTenV: regie op terugkeer en vertrek
Als iemand geen recht heeft op verblijf in Nederland, of als dat verblijfsrecht ten einde loopt, komt DTenV in beeld. Aan elke afwijzing van een asielaanvraag wordt direct en verplicht een terugkeerbesluit opgelegd, eventueel gekoppeld aan een overnameverzoek aan een veilig derde land. Het is de taak van DTenV om mensen met een terugkeerbesluit te laten terugkeren naar het land van herkomst, binnen de kaders van de wet en met respect voor degenen om wie het gaat. Het kan ook zijn dat iemands asielaanvraag in een ander Europees land behandeld moet worden. Dan organiseert DTenV het vertrek naar dit land.
In het terugkeerbeleid staat de eigen verantwoordelijkheid van de asielzoeker voorop. DTenV wijst mensen op hun plicht om te vertrekken en biedt – waar nodig – ondersteuning om hun vertrek te regelen, bijvoorbeeld door te zorgen voor vervoer, reisdocumenten of contact met familie. Volgens Europese afspraken hebben mensen in veel gevallen recht op begeleiding om een nieuwe start te kunnen maken in het land van herkomst. Hiervoor werkt DTenV samen met diverse organisaties in binnen- en buitenland. De insteek is dat mensen zoveel mogelijk zelfstandig vertrekken. Gebeurt dit niet, dan werkt DTenV aan gedwongen vertrek.
Meer lezen? Kijk dan op de website van DTenV.
Wat DTenV niet doet: beslissen over asielaanvragen, opvang regelen of opvanglocaties aansturen.
De samenwerking
Je kunt de kleine keten zien als één route met duidelijke stations:
- Iemand vraagt asiel aan: de IND bepaalt de procedure, onderzoekt en beslist op de aanvraag.
- Tijdens de procedure: het COA zorgt voor opvang en begeleiding. Na een positief besluit verblijven statushouders bij het COA tot ze huisvesting in een gemeente hebben.
- Na een definitief, negatief besluit: DTenV regisseert het vertrek uit Nederland.
In een video van de Rijksoverheid wordt de asielprocedure in beeld gebracht. Daarin komt ook de rolverdeling van de ketenpartners IND, COA en DTenV aan bod.