Job Cohen: ‘Het was balanceren op een zwaard’- IND 25 jaar

Vraag een willekeurige IND'er naar zijn werk en hij zal je vertellen: wij voeren de wet uit. Jaarlijks worden duizenden aanvragen getoetst aan die ene Vreemdelingenwet.

En ook al bestaat de 'nieuwe' Vreemdelingenwet alweer bijna twintig jaar, aan actualiteit heeft die nog niets ingeboet. Onder leiding van toenmalig staatssecretaris Job Cohen is deze wet in 2000 ontworpen. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de IND blikt hij op deze periode terug.

Job Cohen

Wat was voor u de aanleiding om een nieuwe Vreemdelingenwet te ontwerpen?
'Het was een afspraak die voortvloeide uit het Regeerakkoord. Ik had aangegeven graag weer actief te worden in het kabinet en werd vervolgens gevraagd om staatssecretaris van justitie te worden. Het leek me een zware baan en dat bleek het ook te zijn, maar als dat aan je gevraagd wordt, zeg je daar geen nee tegen. Het was een roerige tijd: de oorlog in Joegoslavië zorgde voor een grote instroom van vluchtelingen in Nederland. Daar waren we aanvankelijk niet op voorbereid;  asielzoekers werden tijdelijk gehuisvest in legertenten. Die bleken te lekken en dat was geen houdbare situatie. We wilden een streng, maar rechtvaardig vreemdelingenbeleid ontwerpen en snellere procedures. Klinkt bekend hè? In de oude situatie had je verschillende soorten verblijfsvergunningen, waarvan de zogeheten 'A-status' de meeste rechten gaf. Vreemdelingen die een andere verblijfsvergunning kregen, gingen in beroep omdat ze ook een A-status wilden. Van die verschillen wilden we af. Dus kwam er in de nieuwe Vreemdelingenwet maar één status, die voor iedereen gold.'

Bij het ontwerpen van deze wet zocht u de samenwerking met alle betrokken partijen. VluchtelingenWerk, COA, IND, Amnesty International, de Vreemdelingenpolitie en de advocatuur: u kreeg ze allemaal om de tafel.
'De vorige Vreemdelingenwet werd ingevoerd door Ernst Hirsch Ballin. Hij had er niemand bij betrokken en loodste zijn wet vlak voor het kerstreces door de Eerste Kamer, terwijl die op 1 januari moest worden ingevoerd. De rechterlijke macht reageerde daar koeltjes op. In het team waarmee ik werkte aan de nieuwe Vreemdelingenwet besloten we daarom al gauw dat dit anders moest. We zouden iedereen er bij betrekken en hen de kans geven invloed uit te oefenen. Dat hebben we gedaan en we kregen inderdaad iedereen aan tafel. We hebben naar alle partijen geluisterd, maar niet iedereen kan natuurlijk zijn zin krijgen. Achteraf heb ik wel gehoord dat sommige partners niet blij waren dat ze waren aangeschoven, maar wij vonden het belangrijk iedereen aan boord te krijgen. Voor wat betreft het politieke draagvlak: dat was mijn taak. Ik heb veel overlegd met coalitiepartners VVD en D66. De nieuwe Vreemdelingenwet werd een van de belangrijkste punten van het kabinet Kok II; voor mij voelde het als balanceren op een zwaard: je moest oppassen om niet doormidden gezaagd te worden.'

Bent u trots op uw wet?
'Trots is misschien niet het goede woord. Maar de wet is wel in snel tempo tot stand gebracht, en dat op een grondige en zorgvuldige manier. De wet functioneert verder goed en doet dat ook nu, negentien jaar later, nog steeds.'

Zitten er ook aspecten aan deze wet die in de praktijk minder goed uitpakten?
'Ik heb destijds met overtuiging verdedigd dat de Raad van State als hoogste rechter verankerd moest worden in de Vreemdelingenwet. Zo wilde ik de eenheid in de rechtspraak waarborgen. Maar in de praktijk blijkt de Raad van State erg streng voor asielzoekers, dat had ik niet verwacht of bedoeld.'

Naderhand kwam er ook kritiek op uw wet. Raakte u dat?
'Het vreemdelingenbeleid blijft een moeilijk dossier. Hoe goed de wet ook is, er zullen altijd mensen blijven die niet voor een vergunning in aanmerking komen. En die mensen willen zo lang mogelijk hier blijven en procederen daarom eindeloos door, in de hoop dat ze ooit een vergunning zullen krijgen. Mijn overtuiging is dat je op dit terrein een koel hoofd en een warm hart moet hebben. Ik heb er zelf altijd naar gestreefd om dit in de praktijk te brengen: het koele hoofd voor een goede procedure, het warme hart voor de discretionaire bevoegdheid. Maar natuurlijk kun je niet iedereen toelaten. Dat spanningsveld is precies het kernprobleem waarmee iedereen altijd zal blijven zitten.'

Zou u nu, in 2019, opnieuw een Vreemdelingenwet kunnen maken?
'De tijden zijn ingewikkelder. Destijds was deze wens stevig verankerd in het Regeerakkoord, maar nu is er al geen meerderheid meer in de Eerste Kamer. Ook is de maatschappij veel meer gepolariseerd. Tegelijkertijd zijn sommige zaken niet veranderd: ook ik kreeg te maken met de wens voor een generaal pardon. Ik heb toen gezegd dat de nieuwe wet eerst een tijdje operationeel moest zijn voor we daartoe over konden gaan. De inschatting was toen dat het om zo'n tienduizend zaken zou gaan. Dat is natuurlijk een heel getal en ook toen waren er mensen die vonden dat we iedereen maar terug moesten sturen. Maar zodra een vreemdeling een gezicht krijgt en zijn verhaal doet, zie je de opinie verschuiven. Dan zijn mensen nog steeds tegen migratie, maar déze asielzoeker moet blijven! Dat was in mijn tijd al zo, maar dat zagen we onlangs ook nog in de zaak van Lili en Howick. Je doet het wat dat betreft nooit goed.'

De IND bestaat nu 25 jaar. Volgt u ons werk nog een beetje?
'Alleen vanuit de verte, als geïnteresseerde krantenlezer. De IND is uitvoerder van het vreemdelingenbeleid en ik heb grote bewondering voor IND'ers. Het is een moeilijke baan, waarin je steeds weer geconfronteerd wordt met asielzoekers die tot het uiterste willen gaan om een verblijfsvergunning te krijgen - en geef ze eens ongelijk. Ik kan me voorstellen dat het moeilijk is om niet cynisch te worden als je twintig keer hetzelfde verhaal te horen krijgt. Tegelijkertijd kun je dit werk niet doen als je cynisch bent, daar moet je echt voor oppassen. Ik zei het al eerder, maar het geldt ook en vooral voor IND'ers: heb een koel hoofd en een warm hart.'

Delen