IND 25 jaar Fred Teeven: ‘IND’ers zijn eerlijk over problemen’

Hij was al staatssecretaris, maar kon er wel wat werk bij hebben, zei Fred Teeven toen hij in het kabinet Rutte II aantrad. Dus kreeg hij het vreemdelingenbeleid in zijn portefeuille. In de jaren die volgden, werd al snel duidelijk wat de impact hiervan was. Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de IND blikt hij op deze periode terug. 'Het is nooit meer rustig geweest.'

U wilde een uitbreiding van uw takenpakket. Trok het vreemdelingendomein u speciaal aan?
'In mijn tijd als Officier van Justitie kreeg ik te maken met ongewenste vreemdelingen. Ik was dus al bekend met het werk van de IND en de DT&V. Het leek me een enorme uitdaging om daarmee aan de slag te gaan. Ik kreeg de portefeuille van Gerd Leers en het bleek al gauw de grootste portefeuille van het hele kabinet te zijn. Ik heb nog nooit zoveel huiswerk gehad, daar heb ik me wel op verkeken. Het is nooit meer rustig geweest.'

Wat wilde u in ieder geval bereiken?
'Mijn doel was om snellere procedures te creëren en werk te maken van uitzettingen. In een kabinet waarin ook de PvdA zat, was dat nog behoorlijk lastig. Zij hadden een heel andere kijk op uitzettingen dat ik. Wel ben ik actief begonnen met het intrekken van het Nederlanderschap van jihadisten. Dat waren lastige processen, ook omdat het heel nieuw was. Maar ik ben blij dat we dat gestart zijn.'

U had wekelijks overleg met de hoofddirecteur van de IND. Waar gingen die gesprekken over?
'Ik had bilateralen met alle diensten in het vreemdelingendomein. Daarin bespraken we de actualiteit en welke politieke problemen er op me af zouden kunnen komen. Daarnaast besprak ik elke week de dossiers die werden voorgedragen om in aanmerking te komen voor een inwilliging op basis van mijn discretionaire bevoegdheid. Dat waren ook zo'n vier tot acht dossiers per week. Ik vind het overigens onverstandig dat de discretionaire bevoegdheid nu is afgeschaft. Moeilijke dossiers zullen er altijd blijven, maar ik vind dat je daarin je verantwoordelijkheid moet nemen, en die niet moet afschuiven op je ambtenaren. Je zit nou eenmaal op de gevoeligste plek in het kabinet, daar moet je mee kunnen omgaan. Ik heb daar zelf in ieder geval nooit mee geworsteld. Ik zeg altijd: je moet je beslissing kunnen uitleggen in de Telegraaf en bij Jinek. Als je dat kan, is het een goede beslissing. En anders moet je het niet doen.'

In 2012 ontwikkelde u samen met de IND en DMB een regeling voor langdurig in Nederland verblijvende kinderen. Hoe vond u dat?
'Het was een afspraak in het Regeerakkoord uit de koker van de PvdA. Ik wist dat het moest, dus ging ik ermee aan de slag, maar ik was het er niet mee eens. Overigens waren er ook VVD-burgemeesters die mij benaderden over kinderen in hun gemeente die ze onder de aandacht wilden brengen, dat is niet voorbehouden aan linkse partijen. Natuurlijk, die individuele gevallen maken dit heel lastig, maar je houdt geen beleid meer over als je iedereen inwilligt. Om die reden stond ik niet achter de regeling. Wel heb ik met alle betrokken partijen heel prettig samengewerkt, dan gaat zo'n regeling ook echt leven. In de tijdelijke regeling die we ontwierpen, werd 85% van de aanvragen ingewilligd. Voor mij stond dan ook vast dat ik de definitieve regeling strenger wilde maken. Dat is ook gebeurd.'

In 2013 werd de IND in het hart getroffen door de tragische dood van de asielzoeker Dolmatov. Het bezorgde u zelfs een motie van wantrouwen. Hoe herinnert u zich deze periode?
'Dat was het allerlastigste wat ik op dat vlak heb meegemaakt. Ik werd gebeld door de toenmalige hoofddirecteuren van IND, DT&V en DJI over wat er was misgegaan. Dat waren slechte verhalen, dat had ik meteen door. De fout lag bij IND en DJI; zelf kun je er niks aan doen. Maar natuurlijk ben je wel verantwoordelijk. Ik wilde in debat in de Tweede Kamer en dat schreef ik op een briefje. Ik wist dat het een aftredensdebat zou worden, er stond echt heel veel op het spel. Ik heb overwogen om zelf af te treden, maar dat bleek niet nodig. Twee derde van de Kamer stond achter mij. De PVV steunde iedere motie die werd ingediend, behalve deze.'

Een jaar later werden we geconfronteerd met een sterk stijgende asielinstroom. Hoe ging u hiermee om?
'We moesten opvanglocaties zoeken in het hele land, ik wist dat het met zo'n hoge instroom niet vol te houden was. Ik wilde asielzoekers dan ook ontmoedigen door snel te beslissen en uit te zetten. Maar ik had ook moeite met de samenstelling van de instroom. Kijk, dat er veel Syriërs kwamen, dat kon ik wel uitleggen. Maar Eritreeërs? Het is geven en nemen in een kabinet, maar dit vond ik lastig.'

Bij uw afscheid in 2015 in Nieuwspoort bedankte u expliciet de IND voor de samenwerking. Wat maakte die zo prettig?
'IND'ers zijn eerlijk over problemen. Ze vertelden mij geregeld over de dilemma's waarmee zij worstelden en ik vind dat je daar als bewindspersoon nooit overheen mag stappen. Je mag de ingewikkelde werkelijkheid van het vreemdelingenbeleid niet ontkennen, daar moet je eerlijk en open over communiceren. Dat heb ik ook altijd gedaan op mijn werkbezoeken. Kijk, niet iedereen was het met mij eens. Ik was toch een beetje de rechtsbuiten van het kabinet. Maar ik liet mensen altijd uitpraten en stond voor mijn ambtenaren. Ook al hadden die andere denkbeelden dan ikzelf, ze bleven altijd loyaal.'

Wat zou u willen zeggen tegen IND'ers?
'Blijf je werk naar eer en geweten doen. Voer je werk uit langs de regels van de wet, maar met oog voor menselijkheid. Ik vind dat IND'ers daar heel goed in slagen. Verder zou ik IND'ers willen oproepen om problemen aan te geven bij de bewindspersoon. Op Schiphol heb ik meerdere keren gesproken met kritische IND'ers en daar heb ik veel aan gehad. Ik kijk dan ook heel goed op deze samenwerking terug.'

Delen