IND 25 jaar - Rob van Lint: ‘IND’ers mogen trots zijn op hun werk’

​Groetend en handenschuddend loopt oud-hoofddirecteur Rob van Lint door de Rijnstraat in Den Haag. Het is ruim twee jaar geleden dat hij de IND verliet, maar wie hem door de gangen ziet lopen, krijgt het gevoel alsof hij nooit is weggeweest. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de IND, blikt hij op zijn periode als hoofddirecteur terug: 'De IND is een fantastisch mooie organisatie.'

Rob van Lint op trap in the Crown, Rijswijk

U bent nu ruim twee jaar bij ons weg. Mist u de IND een beetje?
'Ja, best wel. De IND is een fantastisch mooie organisatie, waar betrokken mensen werken. En het is natuurlijk belangrijk werk, wat de IND doet. Ik heb er met veel plezier gewerkt en ik mis de leuke contacten. Tegelijkertijd heb ik een geweldige baan als inspecteur-generaal van de NVWA. Ook daar werken betrokken mensen en is het werk interessant. Het is een drukke baan, dus ik heb weinig tijd om de IND actief te missen.'

Hoe trof u de organisatie aan bij uw komst?
'De organisatie was erg verkokerd. Ik vond dat er heel veel directies waren en er sprake was van een enorme gelaagdheid. Dat wilde ik graag anders. Maar dat doe je natuurlijk niet meteen, zeker niet omdat het nieuwe computersysteem, INDiGO, eerst uitgerold moest worden en je moet niet meerdere grote veranderingen tegelijk uitvoeren. Ik wilde op diverse gebieden vooruitgang. De interne structuur die we bij de IND hadden, moest daaraan ondersteunend zijn. Ik wilde inzetten op een echt andere werkwijze en de reorganisatie die we zijn ingegaan, moest daarvan het sluitstuk vormen. Tussen 2011 en 2015 zijn we daar naartoe gegroeid.'

U noemde het net al, maar al in het begin van uw periode als hoofddirecteur werd u geconfronteerd met een ernstig hoofdpijndossier: INDiGO.
'INDiGO bleek veel moeilijker dan ik dacht. Ik was nog bezig de organisatie te leren kennen toen de eerste problemen zich aandienden. Ik had tot dan toe altijd een plaatsvervanger gehad die affiniteit met ICT had, maar ik had algauw door dat ik me hier zelf mee bezig moest houden. ICT is voor de IND zo wezenlijk, dit was echt een zogenaamde "Chefsache". Aanvankelijk bestond er een roze beeld van INDiGO: natuurlijk, er zouden vast wat kinderziektes zijn, maar het systeem kon elk moment uitgerold worden. Dat was het adagium bij mijn komst in 2009. Uiteindelijk zou het tot 2013 duren voor het systeem daadwerkelijk uitgerold was.'

U maakte ook een belangrijk dieptepunt voor de IND mee: de dood van de Russische asielzoeker Dolmatov in 2013. Hoe beleefde u die tijd?
'Het was een vreselijk drama. Dat zoiets kan gebeuren, mede door een fout in jouw organisatie, dat is het ergste dat je kan overkomen. Dat heeft me als mens enorm geraakt. Maar daarbij had het ook zware politieke gevolgen, er volgde een Kamerdebat van dertien uur. Ik herinner me dat toenmalig staatssecretaris Teeven zijn verantwoordelijkheid nam en echt stond voor de IND. Daar was ik heel blij mee. En ik ben er trots op dat we dat ook intern gedaan hebben. In het MT zeiden we: er is een fout gemaakt door de IND, maar wij staan achter onze medewerkers. Van hoog tot laag heeft iedereen zich daarachter geschaard. Het was en bleef een spannende periode, maar we hebben met elkaar wel een gevoel van veiligheid neergezet en vastgehouden in een tijd dat dat heel erg nodig was.'

Het was op meerdere fronten een zwaar jaar voor u, want in datzelfde jaar werd uw huis beklad door de actiegroep 'De Kwade Kwasten'. Wat deed dat met u?
'Ik was voor een Managementboard van EASO op Malta toen mijn vrouw me 's ochtends om half acht belde. Mijn eerste reactie was dat ik met het eerstvolgende vliegtuig naar huis wilde, maar ik heb een hele nuchtere vrouw. Ze zat al met de recherche aan de koffie rond de keukentafel, zei ze, en ze drukte me op het hart dat ze het wel afkon zonder mij. Maar het was natuurlijk vreselijk. Mijn kinderen woonden in die tijd nog thuis en over hen maakte ik me wel zorgen. Het is volstrekt onacceptabel om je onvrede over beleid af te reageren op uitvoerders of beleidsmakers. Je blijft gewoon van elkaar en elkaars spullen af. Wat ik heel fijn vond, was het enorme medeleven dat mij ten deel viel. Vanuit de hele organisatie kreeg ik mailtjes van collega's, ook van mensen die ik helemaal niet kende, om me een hart onder de riem te steken. Ook in de buurt gebeurde dat. En zelfs premier Mark Rutte heeft me gebeld, dat vond ik toch wel bijzonder.'

Onder uw leiding werd er flink ingezet op samenwerking met vooral COA en DT&V. Wat had u daarmee voor ogen?
'Iedere organisatie in de vreemdelingenketen heeft zijn eigen taak, maar uiteindelijk staan we allemaal samen voor die vreemdeling. Je hebt elkaar nodig, dus het is beter om intensief samen te werken dan vooral gericht te zijn op je eigen deeltaak. Ik wilde onderzoeken waar we elkaar konden versterken, om zo tot een gezamenlijk beter resultaat te komen. Gelukkig werd dat idee gedeeld door de hoofden van COA en DT&V, waardoor de samenwerking ook daadwerkelijk succesvol werd.'

Tijdens de hoge asielinstroom die in 2015 op gang kwam, plukte u daar de vruchten van…
'Iemand zei eens: je moet het dak repareren als de zon schijnt. Dat hebben wij gedaan. En toen het begon te regenen, waren wij daarop voorbereid. Juist in zulke hectische tijden heb je elkaar harder nodig dan ooit. Die nauwe samenwerking heeft ons toen veel voordelen opgeleverd. Maar het bleef organisatorisch een enorme opgave. We werkten met avonddiensten en weekenddiensten, er moesten heel veel nieuwe medewerkers worden aangetrokken, er kwam heel veel op ons af. Ik herinner me dat de OR zich heel coöperatief heeft opgesteld. Door de hele organisatie was er een mentaliteit van 'samen de schouders eronder', dat was heel mooi om te zien.'

Met welk gevoel liet u de organisatie in 2017 achter?
'In een grote organisatie is er altijd wat. Elke dag zijn er nieuwe vraagstukken waar je mee aan de slag moet. Ik wist dus dat mijn opvolger niet in een gespreid bedje terecht zou komen. Maar ik heb het stokje vol vertrouwen aan mijn opvolgster overgedragen. Ik heb veel vertrouwen in haar, maar ook in het MT, het management en de medewerkers. Uiteindelijk maken mensen de IND.'

Wat zou u tegen IND'ers willen zeggen?
'IND'ers mogen trots zijn op hun werk. Ik ben altijd onder de indruk geweest van hun betrokkenheid en zorgvuldigheid. Ik zou IND'ers willen oproepen die trots ook uit te dragen, daar zijn IND'ers vaak wat terughoudend in. In mijn tijd als hoofddirecteur ben ik actief naar buiten getreden om ons eigen verhaal te vertellen, dat zouden alle IND'ers moeten doen. Daardoor creëer je ook bij de buitenwereld meer begrip voor het lastige werk dat we doen. Medewerkers weten als geen ander hoe complex ons werk is. Zij zijn dan ook bij uitstek geschikt om daarover naar buiten te treden. En blijf zo af en toe feestvieren en dansen. Na hard werken is dat verdiend en het verbindt collega's onderling!'

Delen