Wie veroordeeld wordt voor misdrijf loopt grote kans zijn verblijfsstatus te verliezen en Nederland te moeten verlaten

Gezinsmigranten, asielzoekers, nareizigers, kennismigranten, buitenlandse studenten….

Wie aan de gestelde voorwaarden voldoet, is welkom in Nederland en krijgt na een positieve beslissing op zijn of haar aanvraag een (tijdelijke) verblijfsvergunning. Minder bekend is dat de IND jaarlijks ook een aantal verblijfsvergunningen weer intrekt. Dat kan om verschillende redenen zijn, bijvoorbeeld als blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt of bij het verbreken van een gezinsband.

Ook mensen die zich tijdens hun verblijf in Nederland misdragen, lopen – als ze een misdrijf plegen en veroordeeld worden – een grote kans hun verblijfsstatus te verliezen en Nederland te moeten verlaten. In veel gevallen ontvangen ze dan ook een inreisverbod, of krijgen ze de status 'ongewenste vreemdeling'.
Bij veroordelingen wordt steeds bezien of het aanleiding kan geven tot intrekking van een verblijfsvergunning, waarbij in ieder geval gekeken wordt naar de duur dat iemand een verblijfsvergunning heeft en de zwaarte van de gepleegde misdrijven: zware drugscriminaliteit, mensenhandel, zeden- of geweldsdelicten zijn voorbeelden van delicten die zwaar worden aangerekend. Maar ook overlast gevende criminaliteit als gevolg van drugsverslaving of het anderszins herhaald plegen van misdrijven kunnen veel gewicht in de schaal leggen. In IND-kantoren in Den Haag en Zwolle zijn twee teams full time bezig met onderzoek náár en correcte procedurele afhandeling vàn dit soort dossiers.  Het team in Den Haag richt zich op dossiers van vreemdelingen met een reguliere verblijfsvergunning. In Zwolle houden ze zich bezig met asielvergunninghouders.
Voor beide groepen geldt dat het moet gaan om een onherroepelijke  veroordeling  voor een misdrijf van voldoende zwaarte, of een meervoud van misdrijven bij veelplegers.

Meldingen
Door informatie-uitwisseling ten behoeve van handhaving van het openbare orde beleid, ontvangt de IND automatisch alle meldingen van onherroepelijke veroordelingen van vreemdelingen met een verblijfsvergunning.  De IND maakt bij iedere melding - op basis van alle omstandigheden die bekend zijn – een afweging of intrekken van de verblijfsvergunning proportioneel is.  Is dit het geval, dan komt de zaak terecht bij een van de teams Intrekkingen. Als deze het voornemen heeft de verblijfsvergunning in te trekken, wordt de vreemdeling daarvan op de hoogte gebracht.  De vreemdeling kan hierop reageren met een 'zienswijze', waarin individuele omstandigheden en/of de persoonlijke belangen van de vreemdeling (of zijn familieleden) kunnen worden ingebracht.  Is dit laatste het geval, dan wordt op basis hiervan een nieuwe afweging gemaakt.  Zo kan de IND besluiten om intrekken achterwege te laten als bijvoorbeeld duidelijk sprake is van een positieve gedragsverandering, een hecht gezinsleven met minderjarige kinderen (dat niet buiten Nederland kan worden uitgeoefend) en het gepleegde misdrijf binnen de marge tot de minder ernstige delicten behoort (niet zijnde drugs-, geweld- of zedenmisdrijven, of mensenhandel).  Als de vreemdeling daarna toch weer in beeld komt met een misdrijf, wordt meestal alsnog tot intrekking overgegaan en wordt een inreisverbod opgelegd, of wordt de vreemdeling ongewenst verklaard.

Rechtsmiddelen
Tegen het besluit tot intrekking en oplegging van een inreisverbod kan de vreemdeling rechtsmiddelen instellen. Zo kan hij in beroep gaan bij de rechtbank, en in hoogste instantie bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.  Als de rechter het beroep ongegrond verklaart, blijft zijn verblijfsvergunning definitief ingetrokken.  Als vreemdelingen (nog) in strafrechtelijke detentie verblijven, zijn de inspanningen er zoveel mogelijk op gericht om de vreemdeling direct aansluitend aan de strafrechtelijke detentie te laten vertrekken. Of dat lukt is onder meer afhankelijk van de bereidheid van de autoriteiten in het land van herkomst om mee te werken.

Delen