• Home
  • Nieuws
  • Nieuw beleid voor kinderen met een kinderbeschermingsmaatregel

Nieuw beleid voor kinderen met een kinderbeschermingsmaatregel

Voor kinderen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben en voor wie de kinderrechter een kinderbeschermingsmaatregel heeft uitgesproken, wordt op 1 oktober nieuw beleid van kracht waardoor zij in sommige gevallen in aanmerking kunnen komen voor (tijdelijk) verblijfsrecht.

Kinderen kunnen om diverse redenen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. In die gevallen dat de kinderrechter om die reden een maatregel oplegt en deze kinderen geen rechtmatig verblijf hebben in Nederland, kwamen zij regelmatig in aanmerking  voor een verblijfsvergunning op grond van de discretionaire bevoegdheid. Deze bevoegdheid is sinds 1 mei 2019 afgeschaft. Voor deze groep minderjarige kinderen is er nu het nieuwe beleidskader.

Kinderbeschermingsmaatregel
Van een kinderbeschermingsmaatregel is sprake als de kinderrechter een uitspraak heeft gedaan, waarbij de minderjarige vreemdeling onder toezicht is gesteld (ondertoezichtstelling) of de kinderrechter een uitspraak heeft gedaan waarmee het gezag van de ouders over de minderjarige vreemdeling is beëindigd (gezagsbeëindiging).

Verblijf gedurende  de kinderbeschermingsmaatregel
Met ingang van 1 oktober 2019 wordt, als een kinderrechter een kinderbeschermingsmaatregel korter dan een jaar oplegt, geen verblijf verleend. Maar als de maatregel voor één jaar is opgelegd en geïndiceerde hulpverlening niet aanwezig is in het land van herkomst, dan verleent de IND een verblijfsvergunning voor de duur dat de maatregel is opgelegd met een maximale geldigheidsduur van één jaar. Gedurende die periode werken ouders en hulpverleners aan het opheffen van de ernstige ontwikkelingsdreiging. Wordt de maatregel verlengd, dan kan ook de verblijfsvergunning worden verlengd indien wordt voldaan aan alle overige voorwaarden. Ook de ouders komen op grond van het nieuwe beleid voor de duur van de maatregel in aanmerking voor een tijdelijke verblijfsvergunning, behalve als hen het gezag is beëindigd.

Overdraagbaarheid van de hulpverlening aan het land van herkomst
Afgezien van de kinderbeschermingsmaatregel zelf is de belangrijkste voorwaarde dat de benodigde hulpverlening niet overdraagbaar is aan het land van herkomst. De IND verzoekt de DT&V (Dienst Terugkeer & Vertrek) om advies te geven over de overdraagbaarheid. De DT&V onderzoekt met behulp van bronnen als de Centrale Autoriteit of anderszins  of geïndiceerde hulpverlening aanwezig is in het land van herkomst. Als dat het geval is, is er geen grond om een verblijfsvergunning voor Nederland af te geven.

In vier gevallen zal de IND niet om advies vragen:

  • Als de ondertoezichtstelling korter dan een jaar is opgelegd;
  • Als de betreffende vreemdeling op grond van de Dublin-verordening kan worden overgedragen aan een land dat is aangesloten bij de Dublin-verordening;
  • Als het land van herkomst is aangesloten bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag; of
  • Als de maatregel kan worden overgedragen, omdat de minderjarige vreemdeling in het bezit is van een asielstatus in een andere EU lidstaat. 

In het eerste geval is advies niet nodig, omdat de ondertoezichtstelling slechts voor korte duur is opgelegd omdat er vanuit wordt gegaan dat de gedwongen hulverlening tijdelijk van aard is. In de andere drie gevallen is het ook niet nodig, omdat in die gevallen ervan wordt uitgegaan dat de kinderbeschermingsmaatregel kan worden uitgevoerd in het andere land.

Overige voorwaarden
Aan de verblijfsvergunning zijn meer voorwaarden verbonden: zo is het paspoortvereiste van kracht, mogen er geen aspecten van openbare orde spelen en mag het kind niet in aanmerking komen voor een andere verblijfsvergunning.

Oude gevallen
Minderjarige kinderen met een discretionaire verblijfsvergunning die vóór 1 mei 2019 is verstrekt kunnen deze verblijfsvergunning blijven behouden. De geldigheidsduur daarvan kan steeds worden verlengd zolang in ieder geval nog steeds sprake is van een kinderbeschermingsmaatregel.

Terugkeer blijft het oogmerk
Hoewel er in sommige gevallen een verblijfsvergunning verstrekt kan worden, blijft terugkeer het uiteindelijke doel. Maar als de kinderrechter een kinderbeschermingsmaatregel oplegt en aan de overige voorwaarden wordt voldaan, kan een tijdelijke vergunning worden verstrekt. Indien de ernstige ontwikkelingsdreiging vervolgens is opgeheven en de maatregel niet wordt verlengd kan het kind in een stabiele situatie vervolgens met zijn ouders terugkeren.

Samenwerking met ketenpartners
Ketenpartners als de DT&V en de Raad voor de Kinderbescherming spelen een belangrijke rol in het nieuwe beleid. De IND heeft bij het ontwikkelen van het beleid nauw met deze organisaties samengewerkt.

Voorlichting en meer informatie
Door de betrokken ketenpartners wordt  nog nadere voorlichting gegeven aan organisaties die met het nieuwe beleid te maken krijgen, zoals gecertificeerde instellingen.

Lees meer over het nieuwe beleid voor kinderen met een maatregel.

Delen

   

Nieuws

Uitstel Brexit: geen gevolgen voor verblijfsrecht VK-onderdanen in Nederland

- In de periode van uitstel Brexit behouden VK onderdanen en hun familieleden in Nederland hun rech...

IND stuurt aan VK-onderdanen in Nederland een tijdelijke verblijfsvergunning die nodig is bij een no-deal Brexit

- ​Ook al is de verwachting dat de Brexit datum wordt uitgesteld, toch is de IND gestart met de ver...

‘Mensenwerk’ IND centraal tijdens jubileumcongres

- ​"Met ons werk kunnen we het verschil maken." Dat zei hoofddirecteur IND Aly van Berckel donderda...

Meer nieuws